Als ik boven op de Cinemec sta

Column van Marieke Dubbelman, uitsproken bij de boekpresentatie van Leidsche Rijntunnel: inrijden op eigen risico. De presentatie werd gehouden in boekhandel Broese, Utrecht.

Als ik boven op de Cinemec sta
Kijk ik even naar benee. 
Dan zie ik het mausoleum van Camiel Eurlings 
en een groene vlakte voor hazen met heimwee
Ja, dan springt m'n hartsie open
ik ben trots wat dag ie wat
der is geen mooier dakpark
als in Utereg M'n stad

Hoe anders was het uitzicht toen we twaalf jaar geleden met twee luierdragende wezens en de schamele inhoud van een stadsappartementje het kanaal overtrokken, om daar in een enorm huis te gaan wonen, dat daar, jawel, met tunnelbouw in het weiland was neergezet.

Jarenlang lag er er een desolaat niemandsland tussen ons huis in Terwijde en de stad waar we waren vertrokken. Fietste je van de oude stad naar huis, dan moest je letterlijk door een zwart gat, alvorens je in die frisse nieuwe stad kwam.

De helletocht ging langs verlaten sportvelden, waar de lichtmasten jaren geleden al waren gedoofd. Langs drassige ponyweitjes, langs woonwagens, waarvan de bewoners zich jarenlang onbespied wisten, langs een Rode Doos, langs opgedoekte tennisbanen, die eindigden als een depot voor bouwmateriaal van de tunnel.

Was je eenmaal over die altijd maar razende dampende stinkende woeste A2 heengetrapt, dan doemde daar eindelijk de skyline van Parkwijk op. Altijd voelde ik weer die opluchting.

Maar dan was je er nog niet.

Eerst nog langs de schapen bij het Coehoornplein, de oude autosloperij langs het spoor en dan het klapstuk in meerdere opzichten.

De meestal pikdonkere weg langs het voormalige Informatiecentrum Leidsche Rijn, die er jarenlang uitzag alsof er een Intifada had plaatsgevonden. Altijd was het weer spannend of je wel thuiskwam of gespiest op een bouwhek daar de nacht moest doorbrengen.

U begrijpt het al: dit is het verhaal van iemand die altijd loopt of fietst.

Ik voel dan ook geen enkel medelijden voor mensen die er elke dag weer voor kiezen om in hun eentje in een vijfpersoons voertuig de weg op gaan en dan verbaasd zijn als ze voor de Leidsche Rijntunnel stilstaan tussen mensen die op precies hetzelfde tijdstip op het exact hetzelfde idee waren gekomen.

Je houdt toch ook niet in je eentje vijf stoelen bezet in de treinspits? Dat we dat van automobilisten wel accepteren, heb ik nog nooit begrepen. Maar dit terzijde.

Onveilig? Tja. De Gotthardtunnel, 17 kilometer enkelbaans, hebben we ook al meerdere malen overleefd. Net zoals miljoenen andere mensen ieder jaar.

En ook al bereid je je met een nog duurder veiligheidssysteem voor op die ene LPG-tankwagen die heel misschien ooit middenin de tunnel ontploft, zul je net zien dat er op een dag een piloot van Xiamen Airlines met twee kapotte motoren, ja die vliegen op Schiphol, zonder enige geografische kennis van Nederland, denkt:

'Hee, een onbebouwde baan middenin in een stedelijk landschap… laat ik ’em dan daar maar crashen.'

Rampen zijn de dingen die gebeuren terwijl je je op allerlei andere ellende had voorbereid.

Ik heb maar welgeteld een keer medelijden gehad met een automobilist in de Leidsche Rijn Tunnel. Dat was op 18 januari 2017 rond 15.00 uur 's middags toen ik een voicemail van mijn tante Gonnie uit Leiden afluisterde:

"Ja je tante hier. Henk en ik kennen het crematorium niet vinden, want we rijden de hele tijd verkeerd in die tunnel hier joh. We zijn er al tien keer doorheen gereden maar we komen telkens weer in Breukelen uit. Ja, meissie ik was zo graag bij de uitvaart van mijn broer geweest. We zijn maar weer terug naar huis gereden."

Tante Gonnie, het overkwam ons dit jaar ook nog een keer. Als je even niet oplet ben je 13 kilometer verder.

Maar buiten dat ben, ik als inwoner van Leidsche Rijn zielsgelukkig met die tunnel, want het is niet in geld uit te drukken, hoe kostbaar het is dat dat zwarte gat een plek van licht, negen meter boven de grond is geworden.

Ik ben Riek Bakker en haar complotgenoten, eeuwig dankbaar dat ze een van de drukste en breedste snelwegen van Nederland en alle lelijkheid die daarbij hoort, uit het landschap heeft gegumd, waardoor er een plek ontstond waar het heerlijk voetballen, wandelen, fietsen, kamperen, dansen en muziek maken is.

Want dat aansluiten bij de oude stad door een tunnel was natuurlijk een briljant lulverhaal om het erdoor te kunnen drukken.

Een plek waar je kunt LEVEN, terwijl er iedere dag 200.000 auto’s onder je door razen. Wat een zegen.